Afbeelding contactpersoon
Senior adviseur
+31(6)51182427
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inspiratiebron
De mens, zijn oneindige creativiteit, aanpassingsvermogen en kansen om invloed uit te oefenen op de eigen toekomst is voor mij een onuitputtelijke inspiratiebron.

In-pact
Wat ons bij In-pact bindt, is de gedeelde passie met het bijdragen aan een veiliger samenleving en het verbeteren van de prestaties van de veiligheidssector. Wat ons onderling uitdaagt is de soms sterk uiteenlopende visie op het invullen van deze ambitie.

Samen voor Veiligheid
Opdrachtgevers kunnen bij In-pact terecht voor een breed aanbod adviesgerelateerde zaken. Kant en klare producten en diensten (raadpleeg daarvoor deze website) maar met name ook voor maatwerk. Juist in deze tak van sport biedt de lenigheid van In-pact een unieke propositie. Ieder van ons beschikt, naast de nodige ervaring, over één of meer specifieke expertisegebieden die aangeboord kunnen worden. Ook al wordt de betreffende medewerker niet rechtstreeks ingezet, nuttige dwarsverbanden worden, waar mogelijk, binnen de dienstverlening van In-pact toegepast. Die flexibiliteit etaleert de kracht van klein zijn!

Een rijk gevarieerde loopbaan (onder andere in uiteenlopende rollen en functies als marechaussee en politiefunctionaris) heeft mij relevante vaardigheden en nuttige inzichten aangereikt. Deze achtergrond maakt het voor mij mogelijk in de taal van zowel het management als ook in die van de uitvoering te communiceren. Nuttig om de soms gapende kloof tussen beide te helpen overbruggen. Een ander inzicht dat ik in mijn werk heb opgedaan is het fenomeen dat menselijk gedrag en handelen onbewust vaak wordt beïnvloed door opleiding, kennis en ervaring. Dit heeft effect op de wijze waarop men naar gegevens, informatie en informatievoorziening kijkt. Het managen van heersende paradigma’s help bij het bereiken van een gemeenschappelijke beeldvorming. En juist die gedeelde perceptie blijkt vaak een belangrijke voorwaarde voor succes. Dit geldt met name wanneer sprake is van complexe samenwerkingsverbanden en multidisciplinaire projecten.

Van de drie-eenheid: mens, informatie, techniek krijgt de techniek (architectuur, infrastructuur, applicaties, etc.) momenteel veel aandacht. Kennelijk vanuit het adagium dat meer techniek vanzelfsprekend leidt tot meer en betere informatie. Dat beeld herken ik niet. Aandacht voor de combinatie ‘mens’ en ‘informatie’ blijkt vaak verrassende inzichten en openingen te bieden. Het zijn immers mensen die aan gegevens ‘betekenis’ geven, taken uitvoeren en daartoe moeten beslissen en oordelen. Het zijn de processen en techniek die mensen daarin faciliteren. Het behoort veelvuldig mijn uitdaging om de mens als ‘informatiewerker’ binnen informatiemanagement meer centraal te stellen.

Goed in
Het razendsnel inleven in de specifieke situatie van en opdracht of casus. Vindt antwoorden waarvoor anderen de vraag nog niet geformuleerd hebben. Analytisch sterk. Beschouwt, analyseert en ontwerpt proces en informatie als Siamese tweeling. Adviseur die meedenkt, anders denkt, dwars denkt, een spiegel voorhoudt, zaken verheldert en messcherp neerzet. Duikt niet weg voor het stellen van lastige vragen. Beweeg bij voorkeur zowel op strategisch als op operationeel niveau. Stevige intermediair die business en ICT spiegelt en bindt. Creëert wederkerige transparantie vanuit strategie en operatie. Analyseert samenwerkingsverbanden en ketens en projecteert uitkomsten en voorstellen in taal en vorm die aansluiten bij de belevingswereld van de opdrachtgever.

Interessante ervaringen
In 2001 kreeg ik de kans een bijdrage te leveren aan het monitoren van de resultaten en effecten van nieuw beleid en wetgeving voor de bestrijding van illegale prostitutie en mensenhandel. Een zogenaamde ‘major shift’ met vergaande consequenties, in de eerste plaats voor de branche en tevens voor vele overheidsorganisaties. Een meer jaren verband als adviseur met het gelijknamige project van de Raad van Hoofdcommissarissen resulteerde in het ontwikkelen en fijn slijpen van een monitor instrument voor het toetsen van resultaten en prestaties van betrokken partijen. Om vervolgens op zoek te gaan naar de effecten van dit gekantelde beleid. Onder de motorkap bevat deze ‘korpsmonitor prostitutie & mensenhandel’ zowel  verticale- (beleid) als ook horizontale (uitvoering door diverse partijen) verbindingen gelegd. De verticale verbinding maakte het mogelijk de successen maar ook de ellende van het toezicht en de opsporing helder geduid en zonder scrupules op de agenda te krijgen van de tactische besturing en de wetgever. De resultaten van de eerste korpsmonitor hebben de noodzaak voor een aanpassing van de vigerende wetgeving voldoende onderbouwd. De positieve draai na reparatie van wetgeving werd met behulp van de daarop volgende korpsmonitor klip en klaar aangetoond. Strategie, beleid en uitvoering zijn dus prima in lijn te brengen, mits men gebruik maakt van een instrument dat de juiste informatiepositie aanreikt. De korpsmonitor prostitutie & mensenhandel heeft bewezen zo’n instrument te zijn. De horizontale verbinding biedt een klip en klaar perspectief op de onderlinge afhankelijkheden van partijen die samen het eindresultaat bepalen. Het feit dat van een partij in een dergelijke constellatie prestaties worden verwacht is geen garantie dat onverkort aan die eis wordt voldaan. De korpsmonitor maakt het mogelijk prestaties objectief te meten. Verbeterafspraken werden het daaropvolgende jaar met behulp van de monitor getoetst. Zoals hiervoor is aangegeven draagt een eenduidig paradigma bij betrokkenen substantieel bij in de realisatie van het succes van programma’s en projecten. Een goed uitgebalanceerd en inzichtelijk meetinstrument kan daarbij helpen om de aandacht van mensen te richten op de zaken die er toe doen.

De korpsmonitor prostitutie & mensenhandel is nog steeds in gebruik als de belangrijkste jaarlijkse thermometer binnen dit dossier.

Een andere ervaring heb ik opgedaan binnen het dossier ‘opsporing/waarheidsvinding’. Hierbij kon ik voortbouwen op eerder opgedane inzichten. Het betreft de rol en het gebruik van informatie bij opsporing en waarheidsvinding. Die bijdrage bestond onder andere uit het testen en becommentariëren van een met TNO ontwikkelde toepassing, gebouwd ter ondersteuning van rechercheurs/onderzoekers. Met behulp van een relatief eenvoudig registratiemodel bij het vastleggen van (hun) bevindingen en aantekeningen op een ‘waardevrije’ (ongekleurde) wijze. Deze toepassing kreeg de naam ‘BRAINS’ (Basaal Recherche Analyse Instrument) en werd uitgeprobeerd in een aantal politiekorpsen. Gegevens uit vastgelopen opsporingsonderzoeken werden met behulp van dit registratiemodel in BRAINS opgenomen. Een belangrijke uitdaging voor mij bestond uit het instrueren en begeleiden van ervaren politie analisten. Hen werd geleerd om te gaan met het andere paradigma waarvan de ‘waardevrije’ registratie het meest kenmerkend en vernieuwend is. In een tijdsspanne van amper twee weken beleefden deze analisten een zeer steile leercurve. Maar eenmaal het juk van het ingesleten paradigma (strafrechtelijk keurslijf in denken en registreren) afgeschud ontstond ruimte voor het ervaren van de opbrengsten van deze nieuwe denk- en werkwijze. Eerder vastgelopen onderzoeken werden met behulp van BRAINS opnieuw verwerkt en geanalyseerd. In een aantal gevallen resulteerde dit in aanwijzingen naar (nieuwe) verdachten die er eerder niet waren of als niet relevant werden aangemerkt.

NB: dit resultaat werd geboekt zonder ook maar één nieuw gegeven aan het oude dossier toe te voegen. In één geval resulteerde dit zelfs in een nieuwe aanhouding en een bekennende verdachte.

Kort gezegd genereerde deze nieuwe onderzoeksmethode significant meer informatie met dezelfde gegevens. Daarbij kwam dat de tijd en inspanning voor het bereiken van deze informatiepositie, in vergelijk met de bestaande werkwijze, aanmerkelijk kon worden beperkt. Het oordeel van de analisten over de gangbare onderzoeksmethode van de politie bleek niet mis te verstaan! Het risico op onjuiste interpretatie en tunnelvisie zijn daarbij vele malen groter ten opzichte van de hiervoor geschetste nieuwe denk- en werkwijze.

Hiervoor
Mijn loopbaan begon als bloemenkweker maar nam snel een andere wending door mijn toetreding tot de Koninklijke Marechaussee. Na de tussentijdse transformatie tot politiefunctionaris heb ik medio 1989 mijn pet definitief aan de kapstok gehangen om op andere wijze een bijdrage te leveren aan veiligheid. Destijds, halverwege de studie Bestuurlijke Informatiekunde, werd mijn nieuwe passie mijn dagelijkse werk als informatieanalist bij een Regionaal Automatiseringsbureau van de Politie. Na de reorganisatie van de Nederlandse Politie in 1994, ben ik gaan werken voor het politiekorps Kennemerland (Bedrijfsvoering en Informatisering). De aantrekkingskracht van werken op landelijke schaal leidde ertoe dat in 1995 In-pact mijn nieuwe werkgever werd.

Publicaties
Van informatie verzamelen naar informatie denken, een toekomstvisie (In-pactueel, december 1995)
Is een vuurwapendrager ook vuurwapengevaarlijk (Algemeen Politie Blad, april 1995)
Kennis en informatie als fundament voor waarheidsvinding (Tijdschrift voor de Politie, oktober 2001)
‘BRAINS’ introduceert nieuw concept voor informatiehuishouding (In-pactueel, december 2002)
In één keer goed (genoeg) ‘Een toolbox voor gegevenskwaliteit’ (SPI, Standaardisatie Instituut Politiële Informatievoorziening, januari 2002)
Chain-computerisation vs classic automation (Jubileumcongres Keteninformatisering 2012, JCC Library, Universiteit Utrecht, november 2012)
An information strategy for the youth care system (Jubileumcongres Keteninformatisering 2012, JCC Library, Universiteit Utrecht, november 2012)

Artikelen

"Doordat de kennis van burgers en toezichthouders veelal niet gedeeld wordt, hebben we geen realistisch beeld van het gedrag van jongeren."

Dennis van Genderen
Netwerker

Bekijk dit artikel